HenrietteSchrijft.nl

Een vrolijke noot is in deze tijd niet ongewenst. Alles is anders. Het gewone is niet langer gewoon en ook de huisartsenzorg wordt opnieuw ingericht. Veel gaat via telefoonverkeer, foto’s en soms beeldbellen. Ik mis het fysieke contact. Het zegt zoveel meer dan woorden door de telefoon. Alleen al de aanblik van een patiënt is soms genoeg om iets te kunnen zeggen over de mate van ziek zijn. Het is vandaag zondag en ik heb dienst op de post. Met mijn collega huisarts bespreek ik de huidige gang van zaken rondom de crisis. Het is rustig gek genoeg. Weinig patiënten aanbod. Niemand durft te komen, tenzij het echt niet anders kan. Angst om ziek te worden heerst. 

Er is een patiënt in aantocht! Opgetogen sta ik op en bied aan om de patiënt te zien, blij om mijn vak even te kunnen uitoefenen. Ik kijk in de computer wat de reden van consult is en zie dat de triagist moeite heeft gehad de situatie in kaart te brengen. ‘Corpus alienum in penis?’ Oftewel een vreemd voorwerp is de arme man zijn geslachtsdeel in meer of mindere mate binnengedrongen. Gek toch hoe bijzondere, tot verbeelding sprekende consulten, veelal te maken hebben met iets onder de gordel. Heb ik weer. Zie ik eindelijk een patiënt, kan de broek meteen weer uit. Maar ach, het huisartsenvak behelst gelukkig meer dan alleen hoesten en benauwd zijn en dat is in corona tijden een welkome afwisseling. 

Ik roep de patiënt op en zie dat hij gelukkig nog vrij soepeltjes loopt. Handenschudden doen we niet maar ik stel me met de handen op de rug voor. ‘Whatever.’ Een jongeman van eind twintig gaat onderuitgezakt op de stoel tegenover mij zitten. Hoewel sommige mannelijke patiënten het lastig vinden problemen van de jongeheer te bespreken met een vrouwelijke dokter heeft deze patiënt overduidelijk geen last van gene. ‘Wat is er aan de hand?’ vraag ik. ‘Nou, ja ik heb dus de schutting gesloopt.’ Ik wacht of er nog meer komt want de connectie met het mannelijk geslachtsdeel ontgaat mij even. Stilte volgt. De patient schraapt zijn keel een keer goed. ‘En toen?’ Ik ben benieuwd wat er komt. ‘Tja, Jezus! Toen schoot er een stuk schutting mijn broek in.’ Ik heb er geen beeld bij maar probeer zo begripvol mogelijk te blijven. ‘Oke.’ Nu schraap ik mijn keel even. Ik zie geen stuk schutting zitten maar ik besluit dat ik maar het beste gewoon kan gaan kijken. 

‘Neem maar plaats op de onderzoeksbank.’ Ik kijk weg en schrijf wat dingen op in de verwachting dat de patiënt zich ontkleedt. Tot mijn verbazing zit hij nog volledig aangekleed op de bank. ‘Je mag je broek en onderbroek wel even naar beneden doen.’ ‘Tssss, moet dat?!’ ‘Ja, anders kan ik je niet helpen.’ De patient zucht even diep en doet dan de broek naar beneden. Ik kijk goed maar zie op het eerste oog geen bijzonderheden aan de penis of het gebied rondom. Ik zie in ieder geval geen stuk schutting. ‘Waar precies heb je last?’ De patiënt grijpt zijn jongeheer en wijst met zijn vinger naar het pijnlijke punt. Ik pak er een vergrootglas bij en zie inderdaad een splinter zitten. In korte tijd weet ik de splinter te verwijderen. Hoe het precies heeft kunnen gebeuren is mij nog een raadsel. Terwijl ik daar over na denk en de patiënt zich weer aankleedt, gaat zijn telefoon. Zonder zich te verontschuldigen neemt hij op en gaat hij in het Fries verder. ‘Jaaa, ik bin nog bie de dokter juh, ik kom dr sa oan.’ Ik hoor een vrouwenstem hard tekeer gaan aan de andere kant van de lijn. Hij hangt op. ‘Ja, ehm, mijn vriendin wil weten of we nu wel seks kunnen hebben.’ ‘Nou, ik zou even rustig aan doen als ik jou was.’ Hij kijkt me wat bedenkelijk aan. ‘Wat is rustig oan?’ Ik weeg mijn woorden. ‘Alles waarbij je je penis gebruikt, zou ik even een paar dagen laten.’ Nog steeds lijkt het kwartje niet te vallen. ‘Alles?’ Of ik wordt hier in de maling genomen of de patiënt weet werkelijk niet wat ik bedoel. ‘Ja, alles.’ ‘F*ck man, echt kut gewoon.’ Tja, wat kan ik nog zeggen. ‘Nou bedankt, ik ga wel weer verder met de schutting slopen.’ De patiënt sjokt de spreekkamer uit. 

Nu moet ik even diep zuchten en inwendig een lach onderdrukken. 

Ik loop weer terug naar de koffiekamer. ‘En, had je een leuk consult?’ vraagt mijn collega. Ik doe het verhaal uit de doeken en breng mijn collega aan het schaterlachen. ‘Een duidelijk gevalletje BK min.’ Ik kijk mijn collega niet begrijpend aan. ‘Weet je niet wat dat is?’ ‘Dat is code taal voor in het dossier.’ Nu is het mijn beurt om onwetend te zijn. ‘BK min betekend BUS-KRUIT-NIET-UITGEVONDEN.’ Hoewel je volgens de wijze woorden van mijn vader niet mag labelen is het nu mijn beurt om toch even hard te lachen. En dat in Corona tijd.