HenrietteSchrijft.nl

Het middagspreekuur is begonnen en ik roep de naam van meneer de Visscher op. Ik roep nogmaals maar zie niemand omhoog komen. Ik wil me omdraaien totdat ik iemand uit de lift zie komen. Schuifelend achter zijn rollator loopt een meneer in een keurig driedelig pak inclusief hoed richting de wachtkamer. ‘Meneer de Visscher?’ ‘Dat is correct, dokter Koerts.’ Ik ga hem voor richting de spreekkamer en wacht rustig tot hij ook binnen is. ‘Ja dokter, als u 93 bent, gaat alles ook niet meer zo vlug’ ik glimlach hem toe en wil het gesprek beginnen maar meneer de Visscher is mij voor. Hij heeft een drietal zaken waar hij voorkomt. Ten eerste wil hij graag dat ik zijn linker dikke teen inspecteer. Al geruime tijd nu doet zijn teen pijn. Met name ‘s nachts. Hij heeft er zelf niets bijzonders aan kunnen ontdekken. Verder hoest hij veel de laatste tijd. ‘Ben niet benauwd hoor dokter maar ik wil graag dat u even naar mijn longen luistert.’ ‘En als u dan toch bezig bent, kunt u dan ook nog even kijken naar een plekje op mijn buik?’ Ik stel hem nog wat aanvullende vragen maar hij neemt al snel de leiding weer over. ‘Zal ik me dan maar gewoon uitkleden dokter?’ Ik knik van ja. Terwijl ik de gegevens invoer in de computer, ontkleed meneer de Visscher zich. Het ontdoen van zijn colbertje, gilet, stropdas, blouse, t-shirt en hemd gevolgd door zijn schoenen en sokken neemt logischerwijs enige tijd in beslag.

‘Bent u ook getrouwd?’ Kijkend naar zijn linker dikke teen waar ik inderdaad niets bijzonders aan kan ontdekken, verbaas ik mij over deze vraag. Ik vertel hem dat ik niet getrouwd ben. ‘Maar u hebt wel een vriend?’ Ik heb wel een vriend ja. ‘Goh’. ‘En daar woont u ook mee samen?’ Mij afvragend waar dit heen gaat, vertel ik hem dat ik samenwoon. ‘Aha’. Ik besluit er voor nu niet verder op in te gaan en vervolg het lichamelijk onderzoek door de longen te beluisteren en naar het plekje op zijn buik te kijken. ‘Is het nog wat?’ vraagt meneer de Visscher. ‘Uw longen zijn helemaal schoon’. ‘Nee, dat bedoel ik niet’ waarop hij met zijn armen in de zij voor me komt staan. ‘Kan ik er nog mee door voor het vrouwelijke oog?’ Zijn vraag heeft iets aandoenlijks en is provocerend tegelijkertijd. Opnieuw glimlach ik hem toe en vertel hem dat hij zich weer mag aankleden. Vanuit mijn ooghoek zie ik zijn licht teleurgestelde blik.

Nadat meneer de Visscher zich weer helemaal heeft aangekleed, neemt hij plaats op de stoel voor mij. ‘Alles is in orde meneer de Visscher.’ ‘Dat wist ik al dokter’. Verbaasd kijk ik hem aan. ‘Mag ik eerlijk zijn dokter?’ De aap komt uit de mouw. ‘Pasgeleden heeft mijn buurvrouw de relatie met mij verbroken om redenen die mij nog steeds niet duidelijk zijn.’ ‘Ik ben er onzeker van geworden dokter.’ Ietwat verlegen staart meneer de Visscher naar de vloer. ‘Toen ik hoorde van een nieuwe vrouwelijke dokter in de praktijk, zag ik mijn kans schoon. ‘Dus wat denkt u, maak ik nog kans bij de vrouwtjes?’

Je bent nooit te oud voor de liefde.